Truus vertelt in haar biografie ‘Geen Tijd voor Tranen’: “Mijn werk voor het Rode Kruis heb ik op moeten geven ten gevolge van een conflict met een deel van het bestuur; de werkelijke oorzaak was dat ik had doorgegeven dat Londen had gewaarschuwd dat een der heren van het Rode Kruis onbetrouwbaar zou zijn. Die hele affaire is beschreven in een boek van Koos Vorrink, het lust me niet dat op te rakelen.” Wat was dat dan voor een conflict? Historica Francis van Hekelen heeft dat voor ons nagegaan in de archieven van het Niod. In haar artikel wordt het duidelijk wat er is gebeurd. Lees het artikel hier.
Met dank aan Francis!
Hoe het Rode Kruis op deze affaire terugkijkt, na later grondig onderzoek, is hier te lezen.
door Leen Spaans (21-05-2020)
Het moet niet gekker worden! Maar toch is het waar. Truus Wijsmuller, die we de laatste maanden hebben herontdekt als “tante Truus, de redster van 10.000 kinderen uit handen van de nazi’s” had na de Tweede Wereldoorlog een veelzijdige loopbaan. Als lid van de Amsterdamse gemeenteraad werd ze bij vele maatschappelijke en culturele projecten betrokken, als ze er zelf al niet het initiatief toe nam. Zo’n project was “Blijvend Applaus” om verarmde en vergeten artiesten een onbezorgde oudedag te gunnen. Truus was als penningmeester de drijvende kracht van de nieuwe stichting en ze bereikte haar doel: enkele huizen in de Amsterdamse binnenstad konden worden aangekocht en ingericht als tehuis voor artiesten die aan de bedelstaf geraakten. Er was veel geld nodig en daarom bracht Truus een groot aantal artiesten bij elkaar om samen een lp op de markt te brengen, “Blijvend Applaus”.
door Leen Spaans (08-08-2020)
...
Haar reputatie van volhouden, doordouwen, overtuigen, zo nodig brutaal, bracht haar na de oorlog in de politiek. In oktober 1945 werd ze gevraagd zitting te nemen in de nood-gemeenteraad van Amsterdam. Eigenlijk had ze daar in die chaotische dagen na de bevrijding helemaal geen tijd voor. Truus had het druk met het opsporen van ontheemde door Duitsland zwervende Nederlandse kinderen, van wie de ouders in de kampen waren omgekomen. En dan de kinderen die hier uit de hongerwinter kwamen en ondervoed waren, die moesten opknappen in Engeland, Zweden, Zwitserland en Denemarken. Truus regelde het. Maar ze ontdekte ook, dat de politiek haar wel lag. In 1949 bij de eerste ‘gewone’ verkiezingen komt ze voor de VVD met de meeste voorkeursstemmen terug in de raad. Ze bleef er tot 1966, steeds weer op grond van genoeg voorkeurstemmen. Truus had een trouwe aanhang.
door Leen Spaans (21-06-2020)
In 1963 regelde Truus Wijsmuller twee splinternieuwe Mercedes-Benz-ziekenauto’s voor Suriname. Ze verzamelde 1 miljoen gulden, waarmee aldaar drie grote ziekenhuizen konden worden gebouwd en ingericht. Tussen 1948 en 1963 reisde Truus maar liefst zes keer naar Suriname om zelf te onderzoeken wat daar nodig was in de gezondheidszorg. Voor Suriname was zij de ‘echte koningin’. Ze kwam nooit met lege handen.
En toen verscheen er in 1964 dat boek van de destijds zeer populaire schrijver Jan de Hartog, “Het Ziekenhuis”. Hij woonde in die tijd in Houston, waar hij op uitnodiging aan de universiteit dramaturgie doceerde. Houston was toen een welvarende stad, maar hij hoorde er over de smerige, mensonterende slechte verzorging van met name de gekleurde bevolking in de ziekenhuizen.